Twee witte zeecontainers met (nu nog) bouwhekken eromheen… De elektrolyser op het terrein van onderzoeksinstituut KWR ziet er niet perse bijzonder uit. Maar wat er achter de deuren van die containers gebeurt, is wel degelijk bijzonder.  Daar wordt binnenkort namelijk groene waterstof geproduceerd. De ambitie? Een capaciteit van 300.000 kilo per jaar, genoeg voor de brandstofvoorziening van ongeveer 1.500 waterstofauto’s, 70 uit de kluiten gewassen vrachtwagens of 2-4 binnenvaartschepen. “Op landsschaal is het natuurlijk een kruimel, maar dit is veel groter dan een pilotproject”, zegt Jos Boere, directeur van Allied Waters en vanaf de start nauw betrokken bij het groene waterstofproject. “Een elektrolyser op deze schaal kennen we nog niet in Nederland.”

Jos Boere, directeur van Allied Waters | Foto: Pieter van den Boogert

De rest van de groene waterstofketen in Nieuwegein staat ook al klaar voor gebruik. Straks stroomt de geproduceerde waterstof via een roestvrijstalen leiding naar een waterstoftankstation even verderop. Hier kunnen de meer dan 50 waterstofvoertuigen die er nu al in de regio rondrijden terecht. Van de bedrijfsauto’s van onderzoeksinstituut KWR tot de tractoren, werktuigdragers en mobiele kranen van aannemer Jos Scholman.

Te duur

En dat is bijzonder. Want hoewel de waterstofambities van de rijksoverheid groot zijn, komt een groene waterstofeconomie in Nederland nog niet van de grond. Sterker nog, steeds meer groene waterstofprojecten worden op de lange baan geschoven (zoals in Rotterdam en Delfzijl). Hoe komt dat? Volgens Boere is het antwoord simpel: de prijs. “De Nederlandse industrie gebruikt meer dan een miljoen ton waterstof per jaar. De markt is er dus al, dat is het probleem niet. Maar de kostprijs van grijze waterstof (gemaakt uit aardgas, red.)  is momenteel ongeveer 3-4 vier euro per kilo. Bij groene waterstof ga je al gauw richting de 7-8 euro per kilo. Er is geen industriële speler die zegt: ‘Weet je wat? Doe mij alles maar groen.”

Samen optrekken

In Nieuwegein bleek de vraag naar groene waterstof er wel te zijn; een belangrijke reden voor het slagen van dit project. Het Nieuwegeinse waterstofavontuur begon een kleine tien jaar geleden. Kennisinstituut KWR startte een onderzoek naar de potentie van water in de energietransitie, samen met emeritus hoogleraar Ad van Wijk. “Groene waterstof was daar een belangrijk onderdeel van”, zegt Boere. “Normaal gesproken is het aan anderen om de onderzoeksresultaten daadwerkelijk in de praktijk te brengen, maar dit keer besloten we om zelf die handschoen op te pakken. Een transitie naar een waterstofeconomie is immers ingrijpend en vergt een lange adem, waarbij nog veel onderzoek en innovatie bij nodig is, zo was en is de gedachte.”

Nieuwegein bleek daar de perfecte locatie voor. Jos Scholman,aannemingsbedrijf in de grond-, weg- en waterbouw, was namelijk ook al druk bezig om de mogelijkheden van waterstof te onderzoeken, voor de aandrijving van zijn bouwwerktuigen. En tankstation-exploitant Van Kessel wilde zich voorbereiden op de toekomst door een waterstoftankstation te helpen realiseren. De partijen richtten in 2019 een bedrijf op om de waterstofketen in Nieuwegein gezamenlijk op te zetten: Hysolar.

Voertuigen op waterstof

De eerste stap voor Hysolar was het aanschaffen van waterstofvoertuigen. Een bewuste keuze, legt Boere uit: “We vonden het belangrijk om eerst de afzetmarkt op orde te krijgen. Groene waterstof produceren heeft geen zin als niemand het wil hebben.” Personenauto’s op waterstof waren in die tijd al (beperkt) beschikbaar, zoals de Toyota Mirai en Hyundai Nexo. Voor andere voertuigen was dat een ander verhaal.

“Bestelbussen op waterstof waren toen nog niet standaard te bestellen”, aldus Boere. “En het waterstof-bouwmaterieel waar Jos Scholman tegenwoordig over beschikt, is allemaal op maat gemaakt.” Samen met New Holland werd bijvoorbeeld een hybride tractor ontwikkeld, die zowel op diesel als waterstof kan rijden. En vorig jaar werd de eerste mobiele kraan op waterstof gelanceerd.

Bijproducten benutten

Een paar jaar later zette Hysolar de volgende belangrijke stap: de realisatie van een openbaar waterstoftankstation, dat in 2021 feestelijk werd geopend door Diederik Samson samen met lokale bestuurders. In 2023 werd vervolgens een roestvrijstalen waterstofleiding van ongeveer 1 kilometer gelegd, om het waterstoftankstation met de geplande PEM-elektrolyser te verbinden. Inmiddels staat de elektrolyser er ook en is de groene waterstofketen dus compleet. Althans, de basis. “Wat nog weleens wordt vergeten, is dat een elektrolyser twee bijproducten produceert, waar ook vraag naar is: zuurstof en warmte”, zegt Boere. “Als je die bijproducten slim benut, wordt het verdienmodel van groene waterstof een stuk interessanter.”

Waterzuiveringsinstallaties hebben bijvoorbeeld behoefte aan zuurstof. Afvalstoffen in water worden voor een groot deel biologisch afgebroken door bacteriën, die zuurstof nodig hebben. Het water wordt vaak verder gezuiverd door een proces dat ozonisatie heet. En om ozon te maken, heb je ook zuurstof nodig. Maar ook in de industrie is behoefte aan zuurstof. De restwarmte die een elektrolyser produceert, kan op zijn beurt een goede vervanger zijn van aardgas. Boere: “We maken momenteel plannen met een industriële textielwasserij in de buurt. Als die de restwarmte van onze elektrolyser gebruikt, kan dat een aardgasbesparing van tachtig- tot honderdduizend kuub per jaar opleveren.”

Zonder pioniers, geen groene waterstof

Boere en collega’s treden inmiddels bij verschillende waterstofprojecten op als adviespartner, om de vergaarde kennis en kunde te delen. Want ondanks dat er verschillende grote waterstofprojecten zijn uitgesteld, gebeurt er genoeg in Nederland. Wat is er nodig om een groene waterstofeconomie echt van de grond te krijgen? Boere: “Ten eerste is de overheid de afgelopen jaren behoorlijk actief geweest in het subsidiëren van waterstofprojecten. Daar hebben wij ook dankbaar gebruik van kunnen maken. Je hebt dat echt nodig in deze fase, om op te kunnen schalen.”

“Ten tweede heb je een marktprikkel nodig; een reden voor bedrijven om de overstap naar duurzamere energievormen te maken”, vervolgt hij. “De zero-emissie zones in binnensteden (vanaf 2025, red.) zijn daar een goed voorbeeld van. Als bedrijven straks niet meer de binnenstad in mogen met een fossiele bestelbus, worden waterstofvoertuigen vanzelf interessanter. Ik hoop daarnaast dat lokale overheden, zoals gemeenten en provincies, de aankomende tijd hun verantwoordelijkheid pakken en emissievrije voertuigen en bouwmaterieel als voorwaarde stellen in hun aanbestedingen.”

Ten derde slagen groene waterstofprojecten niet zonder pioniers die het voortouw nemen, besluit hij: “Zonder partners als Jos Scholman en Van Kessel, die durven te investeren en vooruit durven te kijken, komen dit soort projecten simpelweg niet van de grond. Dát zijn de bedrijven die echt sprongen maken en de energietransitie vooruit helpen.”